De geelgors is een mooie, geel en rosbruin gekleurde zangvogel die thuishoort in kleinschalige, gevarieerde landschappen. Trouwe lezers van ons tijdschrift De Bron zullen de vogel wel al kennen. Het is ook de ‘groene’ mascotte van het Dranouter Festival. De soort kwam de voorbije 25 jaar zwaar onder druk en werd een zeldzame broedvogel en wintergast in onze grensstreek. Omdat we deze zo typerende ‘plattelandsvogel’ niet kwijt willen, werd en wordt er actie ondernomen onder impuls van de provincie. De voorbije maanden werkten heel wat vrijwil­ligers van de vogelwerkgroep van Natuurpunt De Bron hard mee aan het soortactieplan voor de geelgors.

Naar aanleiding van het biodiversiteitscharter engageerde stad Diksmuide zich om beestentorens te plaatsen in de scholen. Na het plaatsen van de houten constructie, komt een beestige gids langs om de leerlingen het verschil te leren tussen honingbij, solitaire bij, wesp en zweefvlieg. Dit mooie project krijgt een vervolg, ook buiten Diksmuide.

Materiaal om de toren in te vullen wordt meegebracht door de leerlingen. Na een halfuurtje theorie vliegen de leerlingen er in, samen met de leerkracht en de gids. Handen uit de mouwen om de verschillende kamers in de toren met geschikte materialen op te vullen!

Dankzij financiële steun van de provincie West-Vlaanderen konden 50 beestentorens geplaatst worden in publieke domeinen. Ook beestentorens in scholen, geïnstalleerd met educatieve doeleinden kwamen in aanmerking. Deze torens zijn waterproof zodat ze het zeker een tiental jaren zullen uithouden. De Provincie West-Vlaanderen nam de helft van de kosten op zich, Natuurpunt De Bron financieert 15% en de eigenaar de overblijvende 35%. Grootste vereiste was dat de toren kan geplaatst worden in een groene omgeving, nabij een vegetatie met bijvriendelijke planten.

Ben jij leerkracht en heb je ook zin om aan de slag te gaan in je schooltuin? Neem dan zeker contact op met Natuurpunt De Bron. Ook met gemeenten en jeugdbewegingen werken we graag samen om een beestentoren of insectenhotel te plaatsen en in te vullen.

Interesse? Mail als de bliksem naar ons secretariaat. Wij nemen zeker contact op!

Hoe kunnen leerlingen uit een studierichting Beroeps Secundair Onderwijs meehelpen aan natuurprojecten op een leuke, doch educatieve manier? Sedert 2005 werkt Natuurpunt De Bron hiervoor samen met leerkrachten van het VTI te Poperinge. Dit project kreeg de naam De Mol mee.

Enerzijds is de mol een heel nuttig zoogdier in het ecosysteem, anderzijds is hij letterlijk en figuurlijk een onderkruiper. De Mol kan er voor zorgen dat er heel wat zaken verkeerd lopen, zoals in het gelijknamige TV-programma ooit op de VRT. En dit hebben ze in het VTI goed begrepen.

 

In Diksmuide is ‘Beestige Scholen’ van start gegaan, een uniek project voor meer biodiversiteit in de lagere scholen. De stedelijke Milieudienst, Natuurpunt De Bron en het Regionaal Landschap IJzer en Polder slaan de handen in elkaar om de basisscholen groener te maken.

Een brochure toont een aanbod aan leuke acties die de biodiversiteit in de basisscholen moet verbeteren en meteen ook de leerlingen meer moet sensibiliseren. Zo wil het project Beestige Scholen de vogels voeren en beloeren maar ook nestkastjes voor de zwaluwen aanbrengen.

De stad Diksmuide toonde het goede voorbeeld en zorgde voor nestkastjes in het kader van de renovatiewerken aan het dak van de stedelijke bibliotheek. De boerenzwaluw verdwijnt stilaan omdat de nieuwe stallingen geen doorlaatbare gaten meer hebben in de strijd tegen allerhande kauwen, duiven en andere dieren. Zo speelt de boerenzwaluw ook zijn huisvesting kwijt. Maar de huis- en gierzwaluwen doen het dankzij dit project des te beter.

 

Ook is een beestentoren ter beschikking voor de scholen. Die toren biedt egels, insecten, vleermuizen, ... een gelegenheid om een nest te bouwen. Het is een echte beestentoren!

 

In Keiem ging de basisschool nog een stapje verder. Daar werd een voorbeeldtuin aangelegd. Zo wil de stad de school vergroenen en de andere basisscholen uitnodigen om dat zelf ook te doen. De tuin heeft een oppervlakte van 350 vierkante meter en werd een combinatie van een speelplein met tuin. Er is een zandbak, een beestig hoekje met voedertafels, beestentoren en nestkastjes, een kleinfruittuin, vlindertuin, waterspel en een composthoekje. In de bestaande muur is een gat zodat de kinderen naar vogels en insecten kunnen kijken.

 

De kinderen zijn onze toekomst, vandaar dat de milieuopvoeding start in de basisscholen. Ondertussen werden de beestentoren zo’n succes zodat deze ook meer en meer een plaatsje buiten de scholen krijgen.

De vogelwerkgroep zet zich actief in voor de bescherming van de gierzwaluw door het informeren van de bevolking via tentoonstellingen en informatiestands, het sensibiliseren van gemeentebesturen, inventariseren en het promoten van aangepaste bouwmaterialen en het plaatsen van nestkasten.

De gierzwaluw is een zomervogel die hier verblijft van mei tot half augustus. In feite komt de gierzwaluw hier alleen broeden en haar jongen grootbrengen. De rest van het jaar brengt ze door in Afrika. De vogel broedt in holtes onder dakranden of dakpannen maar ook in geschikte nestkasten die hoog tegen gevels worden geplaatst. Op verschillende plaatsen in de regio komt deze zomergast nog voor die best te herkennen is aan haar “krijsend” geluid op zomerse avonden.

Deze typische stadsvogel kent in Ieper waarschijnlijk op een 10-tal plaatsen broedkolonies van 5 tot 20 nesten. Belangrijke kolonies kan men vinden aan de Sint Niklaaskerk en de secundaire school Technisch Instituut Immaculata in Ieper. Vanuit de grote interesse binnen deze school voor deze bijzondere vogelsoort is een educatief project gegroeid om de broedkolonies van de gierzwaluw in Ieper te beschermen en zelfs uit te breiden.

 

De sympathieke eikelmuis of "fruitratje" is met haar schattige snoetje, zwarte zorro-masker en lange pluizige staart zonder twijfel een van de meest herkenbare en aaibare knaagdieren uit onze Vlaamse natuur.

Eikelmuizen worden hoe langer hoe zeldzamer. Zelfs op Europese schaal is een aanzienlijke achteruitgang merkbaar. Om dit probleem aan te pakken, slaan de Zoogdierenwerkgroep en de Provincie West-Vlaanderen de handen in elkaar.

In een eerste fase wordt de verspreiding van de eikelmuis in kaart gebracht. Sporen worden gezocht, enquêtes uitgevoerd en alle gegevens over kat- en verkeersslachtoffers worden verzameld. Deze informatie moet helpen om verdere beschermingsmaatregelen zoals doelgerichte plaatsing van eikelmuisnestkastjes en het aanplanten van fruitboomgaarden.

Eikelmuizen zijn nog steeds geen beschermde soort. Waarnemingen van deze soort, ook dode dieren, worden doorgeven via www.waarnemingen.be (automatisch vervaagd) en worden opgevolgd door coördinator Guido Quaghebeur.

zoogdierenwerkgroep

In 2004 startte een aantal partners – waaronder Natuurpunt – in de Ieperboog en het Heuvelland met experimentele maatregelen voor de bescherming van akkervogels.

Als eerste maatregel werd het laten staan van graanranden in de winter bij landbouwers gesubsidieerd om akkervogels beter de winter door te helpen. Het gebrek aan wintervoedsel is namelijk één van de belangrijkste redenen van de zeer snelle achteruitgang van soorten als geelgors, grauwe gors, veldleeuwerik en patrijs.

Rond enkele reservaten van Natuurpunt in de heuvels zijn inmiddels ook dergelijke graanranden te vinden. De provincie West-Vlaanderen en het Agentschap voor Natuur en Bos leggen eveneens graanakkertjes aan in deze regio. Ondertussen blijven reeds meerdere opeenvolgende jaren graanpercelen niet geoogst de winter ingaan.

Om het effect van deze maatregelen op te volgen, is het noodzakelijk om over goede gegevens te beschikken. Daarvoor is er monitoring noodzakelijk en dat neemt de vogelwerkgroep graag voor haar rekening. Al na enkele jaren is duidelijk dat de akkervogels ons zeer dankbaar zijn.

Bij Natuurpunt Westland rees het idee om iets te doen voor één van de paradepaardjes in onze regio: de Kamsalamander.

Samen met de Ieperse stedelijke Milieuraad en de dienst Milieueducatie werd overlegd. Al vlug kwam de conclusie dat er meer nog dan een soortbeschermingsplan zoals in het verleden nood was aan een ‘leefgebiedenbenadering’ wat ook ten goede komt aan veel andere soorten.

Het werd een plan dat zich over meerdere jaren zal uitstrekken en een samenwerking is tussen natuurbeweging, overheden en particulieren.

 

In het najaar 2011 kreeg het plan concrete vorm. Het Regionaal Landschap West-Vlaamse Heuvels (RLWH) gaf het startschot voor de realisatie van het ‘Plan Kamsalamander’. Hiervoor kon het RLWH een beroep doen op werkmiddelen die via het ANB ter beschikking gesteld worden.

 

In Ieper maakten Natuurpunt Westland, de Milieuraad en de dienst Milieueducatie en Landschapszorg een tijdje geleden al een vrij gedetailleerd plan op om in het Ieperse meer geschikte biotopen in te richten voor de kamsalamander en andere bewoners van kleinschalige landschapselementen: poelen en sloten, bosjes en houtkanten, hooilanden en ruigtes. Hier en daar werden en worden al concrete acties gerealiseerd. De visie die achter dit voorbereidend denkwerk stak, werd uitgebreid naar de zes gemeenten binnen het RLWH.

 

brochure kikker & Co

amfibieënwerkgroep

vrijwilligersvacature