opiniestuk

Landbouwexport gaat voor, ook bij grote droogte

De landbouw is veruit de grootste gebruiker van grondwater in Vlaanderen.
Helaas vooral om nog meer vlees en aardappelen te exporteren, vindt Nele Ameloot.
Het is droog, kurkdroog. Het debiet in de waterlopen en het grondwaterpeil daalt snel. Om verzilting tegen te gaan, moet water omgeleid worden vanuit de Schelde en de Leie naar de Westhoek. Op verschillende plaatsten staat het water zo laag dat giftige blauwalgen beginnen te bloeien in het water.
De droogtecommissie kondigt code oranje aan, wat wil zeggen dat Vlaanderen zich in een fase van effectieve waterschaarste bevindt. Gelukkig komt de drinkwatervoorziening nog niet in het gedrang. Maar door de aanhoudende droogte verhoogt wel de concentratie van nitraten, fosfaten en pesticiden in het schaarse oppervlaktewater. Daardoor moesten drinkwaterbedrijven de voorbije jaren al meermaals overschakelen op extra grondwaterwinning, wat nog meer druk legt op de watervoorziening.
De Vlaamse minister van Omgeving, Jo Brouns (CD&V), fervent openluchtzwemmer en zelfverklaard voorvechter van een betere waterkwaliteit, roept de Vlamingen op zuinig om te springen met water. Tegelijk probeert diezelfde minister het beleidsplan Ruimte Vlaanderen door te drukken. Hierin stelt hij voor om 782.000 hectare vrij te houden worden voor landbouw, hoewel beleidsplannen uit 1997 (!) al een krimp tot 750.000 ha voorzagen en momenteel slechts 613.000 ha in gebruik is (cijfers van Statbel).
De Vlaamse minister van Omgeving, Jo Brouns (CD&V), fervent openluchtzwemmer en zelfverklaard voorvechter van een betere waterkwaliteit, roept de Vlamingen op zuinig om te springen met water. Tegelijk probeert diezelfde minister het beleidsplan Ruimte Vlaanderen door te drukken. Hierin stelt hij voor om 782.000 hectare vrij te houden worden voor landbouw, hoewel beleidsplannen uit 1997 (!) al een krimp tot 750.000 ha voorzagen en momenteel slechts 613.000 ha in gebruik is (cijfers van Statbel).
Waarvoor dient dan die landbouwgrond?
Ongeveer twee derde van het landbouwareaal wordt ingenomen door voedergewassen (gras, mais en granen), bestemd voor de veeteelt. Nog eens een kleine 10 procent wordt ingenomen door aardappelen. In totaal is dus ongeveer drie vierde van de grond bestemd om vlees en patatten te kweken.
Maar de Vlaming heeft niet veel aan deze nochtans oer-Vlaamse kost. Ongeveer twee derde van de aardappelen wordt onder de vorm van frietjes en andere aardappelbereidingen geëxporteerd. Bij varkensvlees gaat ongeveer 70 procent naar het buitenland, bij pluimvee is zelfs 90 procent bestemd voor export.
Ons exportgerichte landbouwmodel neemt niet alleen gigantisch veel ruimte in beslag, het is ook een van de belangrijkste oorzaken van de slechte waterkwaliteit; dieren produceren mest en aardappelen worden veel besproeid met pesticiden en moeten beregend worden. De landbouw is ook veruit de grootste gebruiker van grondwater. In West-Vlaanderen wordt zelfs 40 procent van het watergebruik bepaald door de landbouw.
Natuurlijk is landbouw belangrijk, maar de droogte dwingt ons om verder te kijken dan business as usual. Elke liter water en elke hectare grond die naar het exportlandbouwmodel gaat, kan niet naar onze natuur, onze waterlopen of ons drinkwater, terwijl het vlees en de patatten niet eens op ons bord terechtkomen. Is het normaal dat de opbrengsten verdwijnen bij enkele grote spelers, terwijl wij de kosten dragen? Ruim 150.000 hectare extra reserveren voor de landbouw zonder dat er een ander model tegenover staat, dient niet voor onze voedselzekerheid. Het is een politieke keuze voor een exportmodel dat ten koste gaat van onze schaarse ruimte en ons water.

Nele Ameloot, Business developer BioMolecules UGent, 19 juli 2026, De Standaard

Fred Debrock